iw Ik wil woordjes leren

🧩 Duits: naamvallen (Nominativ & Akkusativ)

Voorbeeldzinnen met Duitse lidwoorden in de Nominativ (onderwerp) en Akkusativ (lijdend voorwerp) — bovenbouw onderbouw.

Gratis account (voortgang opslaan)
Duits: naamvallen (Nominativ & Akkusativ) — 14 woordjes
Vraag Antwoord
der Mann (Nom.) de man (onderwerp)
den Mann (Akk.) de man (lijdend voorwerp)
die Frau (Nom.) de vrouw (onderwerp)
die Frau (Akk.) de vrouw (lijdend voorwerp)
das Kind (Nom.) het kind (onderwerp)
das Kind (Akk.) het kind (lijdend voorwerp)
ein Hund (Nom.) een hond (onderwerp)
einen Hund (Akk.) een hond (lijdend voorwerp)
eine Katze (Nom.) een kat (onderwerp)
eine Katze (Akk.) een kat (lijdend voorwerp)
Ich sehe den Mann. Ik zie de man.
Er hat einen Hund. Hij heeft een hond.
Wir lesen das Buch. Wij lezen het boek.
Sie kauft die Blume. Zij koopt de bloem.

Meer in Andere talen