iw Ik wil woordjes leren

🇯🇵 Japans

Japans met hiragana, katakana en romaji.

Begroetingen

👋 10 woordjes

Japans: begroetingen

Hoe je iemand begroet in het Japans (niveau A1).

Beleefdheid

🙏 10 woordjes

Japans: beleefdheid

Beleefde uitdrukkingen in het Japans (niveau A1).

Beroepen

💼 12 woordjes

Japans: beroepen

Veelvoorkomende beroepen in het Japans (niveau A1).

Bezittelijk

🤝 10 woordjes

Japans: bezittelijke woorden

Bezittelijke vormen in het Japans worden gemaakt met het partikel の (no) (niveau A1).

Bijvoeglijk

12 woordjes

Japans: bijvoeglijke naamwoorden basis

Veelvoorkomende beschrijvende woorden in het Japans (niveau A1).

Cijfers 1-20

🔢 20 woordjes

Japans: cijfers 1-20

De cijfers 1 t/m 20 in het Japans, voor beginners (niveau A1).

Cijfers 21-100

🔢 12 woordjes

Japans: cijfers 21-100

De tientallen en voorbeelden tot 100 in het Japans (niveau A1).

Dagen

📅 10 woordjes

Japans: dagen van de week

De zeven dagen van de week in het Japans (niveau A1).

Dieren-boerderij

🐄 11 woordjes

Japans: boerderijdieren

Dieren die op de boerderij of bij huis leven, in het Japans (niveau A1).

Dieren-wild

🦁 11 woordjes

Japans: wilde dieren

Wilde dieren in het Japans (niveau A1).

Dokter

🩺 12 woordjes

Japans: bij de dokter

Woorden voor bij de dokter in het Japans (niveau A1-A2).

EHBO

🩹 12 woordjes

Japans: EHBO basis

Basiswoorden voor eerste hulp in het Japans (niveau A2).

Emoties

😊 12 woordjes

Japans: emoties en gevoelens

Gevoelens en stemmingen in het Japans (niveau A1-A2).

Eten

🍽️ 13 woordjes

Japans: eten en drinken

Basiswoorden voor eten en drinken in het Japans (niveau A1).

Familie

👨‍👩‍👧 14 woordjes

Japans: familie

Familieleden in het Japans (niveau A1). Let op: andermans familie krijgt vaak een beleefder vorm.

Fruit

🍎 12 woordjes

Japans: fruit

Veelvoorkomende fruitsoorten in het Japans (niveau A1).

Groente

🥕 12 woordjes

Japans: groente

Veelvoorkomende groentesoorten in het Japans (niveau A1).

Hobbys

🎨 11 woordjes

Japans: hobby's

Veelvoorkomende hobby's in het Japans (niveau A1).

Huis

🏠 12 woordjes

Japans: huis en kamers

Woorden over het huis en de kamers in het Japans (niveau A1).

Internet

💻 12 woordjes

Japans: internet en sociale media

Woorden over internet en sociale media in het Japans (niveau A1-A2).

Kleding

👕 12 woordjes

Japans: kleding

Veelvoorkomende kledingstukken in het Japans (niveau A1).

Kleuren

🎨 11 woordjes

Japans: kleuren

De basiskleuren in het Japans (niveau A1).

Landen

🌍 12 woordjes

Japans: landen en nationaliteiten

Landen en nationaliteiten in het Japans (niveau A1-A2). 人 (jin) achter een land = persoon uit dat land.

Lichaam

👤 12 woordjes

Japans: lichaamsdelen

De belangrijkste lichaamsdelen in het Japans (niveau A1).

Maanden

📆 12 woordjes

Japans: maanden van het jaar

De twaalf maanden in het Japans (niveau A1). De maandnamen zijn simpelweg cijfer + 月.

Muziek

🎵 12 woordjes

Japans: muziek

Muziekinstrumenten en muziekwoorden in het Japans (niveau A1).

Natuur

🏔️ 12 woordjes

Japans: natuur

Natuurlijke omgevingen in het Japans (niveau A1-A2).

Restaurant

🍽️ 12 woordjes

Japans: in het restaurant

Woorden voor in het restaurant in het Japans (niveau A1-A2).

School

🏫 12 woordjes

Japans: school - voorwerpen

Spullen op school in het Japans (niveau A1).

Seizoenen

🍂 13 woordjes

Japans: seizoenen en natuur

De vier seizoenen en de natuur in het Japans (niveau A1).

Sport

12 woordjes

Japans: sport

Veelvoorkomende sporten in het Japans (niveau A1).

Stad

🏙️ 12 woordjes

Japans: in de stad

Plekken in de stad in het Japans (niveau A1).

Strand

🏖️ 12 woordjes

Japans: op het strand

Woorden voor een dagje strand in het Japans (niveau A1).

Tegenstellingen

⚖️ 13 woordjes

Japans: tegenstellingen

Veelvoorkomende tegenovergestelde bijvoeglijke naamwoorden in het Japans (niveau A1).

Telefoon

📞 11 woordjes

Japans: telefoneren en post

Telefoneren en post versturen in het Japans (niveau A1-A2).

Tijd

12 woordjes

Japans: tijd vertellen

Hoe je de tijd zegt in het Japans (niveau A1-A2).

Tijdsuitdr

12 woordjes

Japans: tijdsuitdrukkingen

Woorden voor tijdstippen en periodes in het Japans (niveau A1-A2).

Uitdrukkingen

💬 12 woordjes

Japans: veelvoorkomende uitdrukkingen

Handige zinnen voor in een gesprek in het Japans (niveau A1-A2).

Vakantie

🏖️ 12 woordjes

Japans: vakantie en reizen

Woorden voor op reis in het Japans (niveau A1).

Vakken

📚 12 woordjes

Japans: schoolvakken

Veelvoorkomende schoolvakken in het Japans (niveau A1-A2).

Vervoer

🚗 11 woordjes

Japans: vervoer

Vervoermiddelen in het Japans (niveau A1).

Vliegveld

✈️ 11 woordjes

Japans: op het vliegveld

Woorden op het vliegveld in het Japans (niveau A1-A2).

Voornaamwoorden

👥 11 woordjes

Japans: voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden in het Japans (niveau A1). Let op: voornaamwoorden worden in het Japans vaak weggelaten.

Voorzetsels

↔️ 12 woordjes

Japans: voorzetsels en plaatswoorden

Plaatsaanduidingen in het Japans (niveau A1). In het Japans staan deze achter het zelfstandig naamwoord.

Vragen

11 woordjes

Japans: vragen stellen

De belangrijkste vraagwoorden in het Japans (niveau A1).

Weer

🌤️ 12 woordjes

Japans: weer

Het weer in het Japans (niveau A1).

Werkwoorden-bewegen

🏃 12 woordjes

Japans: bewegingswerkwoorden

Werkwoorden voor bewegen en zich verplaatsen in het Japans (niveau A1, masu-vorm).

Werkwoorden-dagelijks

🍽️ 12 woordjes

Japans: dagelijkse werkwoorden

Werkwoorden voor dagelijkse bezigheden in het Japans (niveau A1, masu-vorm).

Werkwoorden-zijn

🔁 11 woordjes

Japans: zijn (です) en hebben (あります/います)

Het Japans heeft geen vervoeging per persoon. Gebruik です voor "zijn", あります voor levenloze en います voor levende dingen (niveau A1).

Winkel

🛒 12 woordjes

Japans: in de winkel / supermarkt

Boodschappen doen in het Japans (niveau A1).

← Alle onderwerpen