iw Ik wil woordjes leren

🇬🇷 Nieuwgrieks

Nieuwgrieks met alfabet en transliteratie.

Begroetingen

👋 11 woordjes

Nieuwgrieks: begroetingen

Manieren om iemand te begroeten in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Beleefdheid

🙏 11 woordjes

Nieuwgrieks: beleefdheid

Beleefde uitdrukkingen in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Beroepen

💼 10 woordjes

Nieuwgrieks: beroepen

Verschillende beroepen in het Nieuwgrieks. Niveau A1-A2.

Bezittelijk

🤝 11 woordjes

Nieuwgrieks: bezittelijke voornaamwoorden

Bezittelijke voornaamwoorden (μου, σου, του, της...). In het Grieks komen ze na het zelfstandig naamwoord. Niveau A1-A2.

Bijvoeglijk

12 woordjes

Nieuwgrieks: bijvoeglijke naamwoorden

Basis bijvoeglijke naamwoorden om mensen en dingen te beschrijven. Niveau A1-A2.

Cijfers 1-20

🔢 15 woordjes

Nieuwgrieks: cijfers 1-20

De getallen 1 tot 20 in het Nieuwgrieks. Niveau A1 — voor wie net begint.

Cijfers 21-100

🔢 12 woordjes

Nieuwgrieks: cijfers 21-100

Tientallen en samengestelde getallen tot 100. Niveau A1.

Dagen

📅 9 woordjes

Nieuwgrieks: dagen van de week

De zeven dagen van de week plus weekend. Niveau A1.

Dieren-boerderij

🐄 10 woordjes

Nieuwgrieks: dieren op de boerderij

Boerderijdieren en huisdieren in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Dieren-wild

🦁 10 woordjes

Nieuwgrieks: wilde dieren

Wilde dieren uit de dierentuin en het bos. Niveau A1.

Dokter

🩺 11 woordjes

Nieuwgrieks: bij de dokter

Woorden voor een bezoek aan de dokter. Niveau A2.

EHBO

🩹 11 woordjes

Nieuwgrieks: eerste hulp

Basis EHBO-woorden in het Nieuwgrieks. Niveau A2-B1.

Emoties

😊 11 woordjes

Nieuwgrieks: emoties en gevoelens

Woorden voor emoties en gevoelens (mannelijke vorm). Niveau A1-A2.

Eten

🍽️ 12 woordjes

Nieuwgrieks: eten en drinken

Algemene woorden voor eten en drinken. Niveau A1.

Familie

👨‍👩‍👧 13 woordjes

Nieuwgrieks: familie

Familieleden in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Fruit

🍎 12 woordjes

Nieuwgrieks: fruit

Soorten fruit in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Groente

🥕 11 woordjes

Nieuwgrieks: groente

Soorten groente in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Hobbys

🎨 11 woordjes

Nieuwgrieks: hobby's

Hobby's en vrijetijdsbestedingen. Niveau A1-A2.

Huis

🏠 11 woordjes

Nieuwgrieks: huis en kamers

Woorden voor het huis en de kamers. Niveau A1.

Internet

💻 11 woordjes

Nieuwgrieks: internet en sociale media

Internet- en computerwoorden in het Nieuwgrieks. Niveau A2.

Kleding

👕 10 woordjes

Nieuwgrieks: kleding

Kledingstukken in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Kleuren

🎨 11 woordjes

Nieuwgrieks: kleuren

De basis kleuren in het Nieuwgrieks (onzijdige vorm op -ο). Niveau A1.

Landen

🌍 11 woordjes

Nieuwgrieks: landen en nationaliteiten

Nationaliteiten (mannelijke vorm) in het Nieuwgrieks. Niveau A2.

Lichaam

👤 12 woordjes

Nieuwgrieks: lichaamsdelen

Lichaamsdelen in het Nieuwgrieks met lidwoord. Niveau A1.

Maanden

📆 12 woordjes

Nieuwgrieks: maanden van het jaar

De twaalf maanden van het jaar. Niveau A1.

Muziek

🎵 11 woordjes

Nieuwgrieks: muziek

Muziekinstrumenten en muziekbegrippen. Niveau A1-A2.

Natuur

🏔️ 11 woordjes

Nieuwgrieks: natuur

Natuurlijke landschappen in het Nieuwgrieks. Niveau A2.

Restaurant

🍽️ 11 woordjes

Nieuwgrieks: in het restaurant

Woorden en uitdrukkingen om uit eten te gaan. Niveau A2.

School

🏫 11 woordjes

Nieuwgrieks: op school

Voorwerpen die je op school tegenkomt. Niveau A1.

Seizoenen

🍂 10 woordjes

Nieuwgrieks: seizoenen en natuur

De vier seizoenen en woorden uit de natuur. Niveau A1.

Sport

11 woordjes

Nieuwgrieks: sport

Verschillende sporten in het Nieuwgrieks. Niveau A1-A2.

Stad

🏙️ 10 woordjes

Nieuwgrieks: in de stad

Plekken in de stad in het Nieuwgrieks. Niveau A1-A2.

Strand

🏖️ 11 woordjes

Nieuwgrieks: op het strand

Woorden voor een dag op het strand. Niveau A1-A2.

Tegenstellingen

⚖️ 12 woordjes

Nieuwgrieks: tegenstellingen

Paren van tegengestelde bijvoeglijke naamwoorden. Niveau A1-A2.

Telefoon

📞 10 woordjes

Nieuwgrieks: telefoneren en post

Woorden voor communicatie via telefoon en post. Niveau A2.

Tijd

12 woordjes

Nieuwgrieks: hoe laat is het?

De tijd vertellen in het Nieuwgrieks. Niveau A2.

Tijdsuitdr

12 woordjes

Nieuwgrieks: tijdsuitdrukkingen

Woorden om over verleden, heden en toekomst te praten. Niveau A1-A2.

Uitdrukkingen

💬 12 woordjes

Nieuwgrieks: veelvoorkomende uitdrukkingen

Handige uitdrukkingen om je te redden in een gesprek. Niveau A1-A2.

Vakantie

🏖️ 11 woordjes

Nieuwgrieks: vakantie en reizen

Reizen en vakantiewoorden in het Nieuwgrieks. Niveau A2.

Vakken

📚 11 woordjes

Nieuwgrieks: schoolvakken

Vakken die je op school kunt hebben. Niveau A2.

Vervoer

🚗 10 woordjes

Nieuwgrieks: vervoer

Vervoermiddelen in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Vliegveld

✈️ 10 woordjes

Nieuwgrieks: op het vliegveld

Woorden voor op het vliegveld en in het vliegtuig. Niveau A2.

Voornaamwoorden

👥 14 woordjes

Nieuwgrieks: persoonlijke voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden in onderwerps- en objectsvorm. Niveau A1.

Voorzetsels

↔️ 12 woordjes

Nieuwgrieks: voorzetsels

Veelgebruikte voorzetsels in het Nieuwgrieks. Niveau A1-A2.

Vragen

10 woordjes

Nieuwgrieks: vraagwoorden

Vraagwoorden in het Nieuwgrieks. Niveau A1.

Weer

🌤️ 11 woordjes

Nieuwgrieks: het weer

Woorden om het weer te beschrijven. Niveau A1.

Werkwoorden-bewegen

🏃 10 woordjes

Nieuwgrieks: werkwoorden voor bewegen

Werkwoorden van beweging in de 1e persoon enkelvoud. Niveau A1.

Werkwoorden-dagelijks

🍽️ 11 woordjes

Nieuwgrieks: dagelijkse werkwoorden

Werkwoorden voor dagelijkse handelingen in de 1e persoon enkelvoud. Niveau A1.

Werkwoorden-zijn

🔁 12 woordjes

Nieuwgrieks: zijn (είμαι) en hebben (έχω)

Vervoeging van είμαι (zijn) en έχω (hebben) in de tegenwoordige tijd. Niveau A1.

Winkel

🛒 11 woordjes

Nieuwgrieks: in de winkel

Boodschappen doen en betalen in het Nieuwgrieks. Niveau A2.

← Alle onderwerpen