iw Ik wil woordjes leren

🇸🇪 Zweeds

Zweeds voor reizigers en taalliefhebbers.

Begroetingen

👋 10 woordjes

Zweeds: begroetingen

Hallo zeggen en afscheid nemen in het Zweeds (niveau A1).

Beleefdheid

🙏 10 woordjes

Zweeds: beleefdheid

Beleefde uitdrukkingen in het Zweeds (niveau A1).

Beroepen

💼 10 woordjes

Zweeds: beroepen

Veelvoorkomende beroepen in het Zweeds (niveau A1).

Bezittelijk

🤝 8 woordjes

Zweeds: bezittelijke voornaamwoorden

Bezittelijke voornaamwoorden in het Zweeds (niveau A1).

Bijvoeglijk

10 woordjes

Zweeds: bijvoeglijke naamwoorden

Veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden in het Zweeds (niveau A1).

Cijfers 1-20

🔢 20 woordjes

Zweeds: cijfers 1-20

De getallen 1 tot 20 in het Zweeds, voor beginners (niveau A1).

Cijfers 21-100

🔢 14 woordjes

Zweeds: cijfers 21-100

Tientallen en voorbeeldgetallen tot 100 in het Zweeds (niveau A1).

Dagen

📅 9 woordjes

Zweeds: dagen van de week

De zeven dagen van de week plus week en weekend (niveau A1).

Dieren-boerderij

🐄 10 woordjes

Zweeds: dieren op de boerderij

Boerderijdieren en huisdieren in het Zweeds (niveau A1).

Dieren-wild

🦁 10 woordjes

Zweeds: wilde dieren

Wilde dieren uit de hele wereld in het Zweeds (niveau A1).

Dokter

🩺 10 woordjes

Zweeds: bij de dokter

Bij de dokter en ziek zijn in het Zweeds (niveau A1).

EHBO

🩹 10 woordjes

Zweeds: eerste hulp

Eerste hulp en noodgevallen in het Zweeds (niveau A1).

Emoties

😊 10 woordjes

Zweeds: emoties en gevoelens

Gevoelens en emoties in het Zweeds (niveau A1).

Eten

🍽️ 12 woordjes

Zweeds: eten en drinken

Algemene woorden voor eten en drinken in het Zweeds (niveau A1).

Familie

👨‍👩‍👧 12 woordjes

Zweeds: familie

Familieleden in het Zweeds (niveau A1).

Fruit

🍎 11 woordjes

Zweeds: fruit

Verschillende soorten fruit in het Zweeds (niveau A1).

Groente

🥕 10 woordjes

Zweeds: groente

Veelvoorkomende groenten in het Zweeds (niveau A1).

Hobbys

🎨 10 woordjes

Zweeds: hobby's

Hobby's en vrijetijdsbestedingen in het Zweeds (niveau A1).

Huis

🏠 10 woordjes

Zweeds: huis en kamers

Onderdelen van een huis en de verschillende kamers in het Zweeds (niveau A1).

Internet

💻 10 woordjes

Zweeds: internet en sociale media

Internet en digitale wereld in het Zweeds (niveau A1).

Kleding

👕 10 woordjes

Zweeds: kleding

Kledingstukken in het Zweeds (niveau A1).

Kleuren

🎨 11 woordjes

Zweeds: kleuren

De basiskleuren in het Zweeds (niveau A1).

Landen

🌍 11 woordjes

Zweeds: landen en nationaliteiten

Nationaliteiten in het Zweeds (niveau A1).

Lichaam

👤 12 woordjes

Zweeds: lichaamsdelen

De belangrijkste lichaamsdelen in het Zweeds (niveau A1).

Maanden

📆 12 woordjes

Zweeds: maanden van het jaar

De twaalf maanden van het jaar in het Zweeds (niveau A1).

Muziek

🎵 10 woordjes

Zweeds: muziek

Muziekinstrumenten en muziekwoorden in het Zweeds (niveau A1).

Natuur

🏔️ 10 woordjes

Zweeds: natuur

Landschap en natuur in het Zweeds (niveau A1).

Restaurant

🍽️ 10 woordjes

Zweeds: in het restaurant

Bestellen en eten in een restaurant in het Zweeds (niveau A1).

School

🏫 10 woordjes

Zweeds: op school

Voorwerpen die je in de klas tegenkomt in het Zweeds (niveau A1).

Seizoenen

🍂 10 woordjes

Zweeds: seizoenen en natuur

De vier seizoenen en woorden uit de natuur in het Zweeds (niveau A1).

Sport

10 woordjes

Zweeds: sport

Sporten in het Zweeds (niveau A1).

Stad

🏙️ 10 woordjes

Zweeds: in de stad

Plekken en gebouwen in de stad in het Zweeds (niveau A1).

Strand

🏖️ 10 woordjes

Zweeds: op het strand

Woorden voor een dagje strand in het Zweeds (niveau A1).

Tegenstellingen

⚖️ 12 woordjes

Zweeds: tegenstellingen

Paren van tegengestelde bijvoeglijke naamwoorden in het Zweeds (niveau A1).

Telefoon

📞 9 woordjes

Zweeds: telefoneren en post

Communicatie via telefoon en post in het Zweeds (niveau A1).

Tijd

11 woordjes

Zweeds: tijd vertellen

Hoe je de tijd zegt in het Zweeds (niveau A1).

Tijdsuitdr

10 woordjes

Zweeds: tijdsuitdrukkingen

Uitdrukkingen voor verleden, heden en toekomst in het Zweeds (niveau A1).

Uitdrukkingen

💬 10 woordjes

Zweeds: veelvoorkomende uitdrukkingen

Handige zinnen voor in een gesprek in het Zweeds (niveau A1).

Vakantie

🏖️ 10 woordjes

Zweeds: vakantie en reizen

Woorden voor op reis in het Zweeds (niveau A1).

Vakken

📚 10 woordjes

Zweeds: schoolvakken

Schoolvakken in het Zweeds (niveau A1).

Vervoer

🚗 10 woordjes

Zweeds: vervoer

Vervoermiddelen in het Zweeds (niveau A1).

Vliegveld

✈️ 10 woordjes

Zweeds: op het vliegveld

Op de luchthaven in het Zweeds (niveau A1).

Voornaamwoorden

👥 12 woordjes

Zweeds: voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden in het Zweeds (niveau A1).

Voorzetsels

↔️ 10 woordjes

Zweeds: voorzetsels

De belangrijkste voorzetsels in het Zweeds (niveau A1).

Vragen

9 woordjes

Zweeds: vragen stellen

Vraagwoorden in het Zweeds (niveau A1).

Weer

🌤️ 10 woordjes

Zweeds: het weer

Weersomstandigheden en het weer in het Zweeds (niveau A1).

Werkwoorden-bewegen

🏃 10 woordjes

Zweeds: werkwoorden bewegen

Werkwoorden van beweging en houding in het Zweeds (niveau A1).

Werkwoorden-dagelijks

🍽️ 10 woordjes

Zweeds: dagelijkse werkwoorden

Werkwoorden voor dagelijkse bezigheden in het Zweeds (niveau A1).

Werkwoorden-zijn

🔁 12 woordjes

Zweeds: werkwoorden zijn en hebben

Vervoeging van att vara (zijn) en att ha (hebben) in het Zweeds (niveau A1).

Winkel

🛒 10 woordjes

Zweeds: in de winkel

Boodschappen doen en winkelen in het Zweeds (niveau A1).

← Alle onderwerpen