Tagalog (Filipijns) voor reizigers en beginners.
Begroetingen voor elk moment van de dag in het Tagalog (A1).
Beleefde uitdrukkingen in het Tagalog. 'po' en 'opo' maken zinnen extra beleefd (A1).
Veelvoorkomende beroepen in het Tagalog (A1).
Bezittelijke voornaamwoorden in het Tagalog (A1-A2).
Basis bijvoeglijke naamwoorden in het Tagalog (A1).
De cijfers 1 tot 20 in het Tagalog/Filipijns voor beginnende reizigers (A1).
Tientallen en voorbeeldgetallen tot 100 in het Tagalog (A1).
De zeven dagen van de week in het Tagalog (A1).
Dieren op de boerderij in het Tagalog (A1).
Wilde dieren in de natuur in het Tagalog (A1).
Bij de dokter en bij een Filipijns ziekenhuis (A2).
Basistermen voor eerste hulp en noodgevallen in het Tagalog. Het Filipijnse alarmnummer is 911. (A2)
Gevoelens en emoties in het Tagalog (A1-A2).
Basis eten en drinken woorden in het Tagalog (A1).
Familieleden in het Tagalog voor reizigers (A1).
Veelvoorkomende soorten fruit in het Tagalog (A1).
Groentes die je tegenkomt op een Filipijnse markt (A1).
Hobby's en vrijetijdsbestedingen in het Tagalog (A1-A2).
Onderdelen van een huis in het Tagalog (A1).
Internet- en digitale termen in het Tagalog (A1-A2).
Kledingstukken in het Tagalog (A1).
De basiskleuren in het Tagalog voor reizigers (A1).
Nationaliteiten in het Tagalog (A1).
De belangrijkste lichaamsdelen in het Tagalog (A1).
De twaalf maanden van het jaar in het Tagalog (A1).
Muziekinstrumenten en muziektermen in het Tagalog (A1).
Natuurelementen en landschap in het Tagalog (A1).
Bestellen en eten in een Filipijns restaurant (A2).
Voorwerpen in de klas en op school in het Tagalog (A1).
Seizoenen en elementen uit de natuur in het Tagalog (A1). NB: de Filipijnen kennen vooral een droog en nat seizoen.
Sporten in het Tagalog. Basketbal is verreweg de populairste sport in de Filipijnen (A1).
Plekken in de stad in het Tagalog (A1).
Strand-vocabulaire in het Tagalog, handig voor Boracay of Palawan (A1).
Veelvoorkomende tegenstellingen in het Tagalog (A1).
Communicatie per telefoon en post in het Tagalog (A1-A2).
Hoe laat is het? Tijd vertellen in het Tagalog (A1-A2).
Bijwoorden van tijd in het Tagalog (A1-A2).
Handige zinnen voor reizigers in het Tagalog (A2).
Woorden voor vakantie en op reis in het Tagalog (A1-A2).
Vakken op school in het Tagalog (A2).
Vervoermiddelen in het Tagalog, inclusief lokale klassiekers (A1).
Vliegveld-vocabulaire in het Tagalog (A2).
Persoonlijke voornaamwoorden in het Tagalog. Let op: 'kami' = wij (zonder jou), 'tayo' = wij (inclusief jou). (A1-A2)
Plaatsbepalingen en voorzetsels in het Tagalog (A1-A2).
Vraagwoorden in het Tagalog (A1).
Het weer in het Tagalog (A1).
Werkwoorden van beweging in het Tagalog (infinitief, A1).
Werkwoorden voor dagelijkse activiteiten in het Tagalog (infinitief, A1).
Tagalog kent geen werkwoord 'zijn' in de tegenwoordige tijd: zinnen worden vaak omgekeerd. 'Hebben' wordt uitgedrukt met 'may' / 'mayroon'. (A1-A2)
In de winkel of supermarkt in het Tagalog (A1-A2).