iw Ik wil woordjes leren

🇹🇭 Thai

Thai met schrift en transliteratie.

Begroetingen

👋 10 woordjes

Thai: begroetingen

Begroetingen en afscheid in het Thai (niveau A1).

Beleefdheid

🙏 11 woordjes

Thai: beleefdheid

Beleefde uitdrukkingen in het Thai (niveau A1).

Beroepen

💼 11 woordjes

Thai: beroepen

Veelvoorkomende beroepen in het Thai (niveau A1).

Bezittelijk

🤝 10 woordjes

Thai: bezittelijke woorden

Bezit aanduiden met "khong" in het Thai (niveau A1).

Bijvoeglijk

12 woordjes

Thai: bijvoeglijke naamwoorden basis

Basis bijvoeglijke naamwoorden in het Thai (niveau A1).

Cijfers 1-20

🔢 14 woordjes

Thai: cijfers 1-20

De eerste Thaise cijfers met schrift en uitspraak (niveau A1).

Cijfers 21-100

🔢 12 woordjes

Thai: cijfers 21-100

Hogere Thaise getallen tot 100 (niveau A1).

Dagen

📅 10 woordjes

Thai: dagen van de week

Dagen van de week in het Thai (niveau A1).

Dieren-boerderij

🐄 11 woordjes

Thai: dieren - boerderij

Boerderijdieren en huisdieren in het Thai (niveau A1).

Dieren-wild

🦁 11 woordjes

Thai: dieren - wild

Wilde dieren in het Thai (niveau A1).

Dokter

🩺 11 woordjes

Thai: bij de dokter

Woorden voor bij de dokter en in het ziekenhuis (niveau A1).

EHBO

🩹 11 woordjes

Thai: eerste hulp basis

Eerste hulp en EHBO woorden in het Thai (niveau A1).

Emoties

😊 11 woordjes

Thai: emoties en gevoelens

Gevoelens en emoties in het Thai (niveau A1).

Eten

🍽️ 13 woordjes

Thai: eten en drinken

Algemene woorden voor eten en drinken (niveau A1).

Familie

👨‍👩‍👧 15 woordjes

Thai: familie

Familieleden in het Thai (niveau A1).

Fruit

🍎 12 woordjes

Thai: fruit

Veelvoorkomend fruit in het Thai (niveau A1).

Groente

🥕 11 woordjes

Thai: groente

Veelvoorkomende groenten in het Thai (niveau A1).

Hobbys

🎨 11 woordjes

Thai: hobbys

Hobbies en vrijetijdsbesteding in het Thai (niveau A1).

Huis

🏠 12 woordjes

Thai: huis en kamers

Woorden voor huis, kamers en meubels (niveau A1).

Internet

💻 11 woordjes

Thai: internet en sociale media

Internet en sociale media in het Thai (niveau A1).

Kleding

👕 11 woordjes

Thai: kleding

Kledingstukken in het Thai (niveau A1).

Kleuren

🎨 11 woordjes

Thai: kleuren basis

Basis kleuren in het Thai (niveau A1).

Landen

🌍 11 woordjes

Thai: landen en nationaliteiten

Landen en nationaliteiten in het Thai (niveau A1).

Lichaam

👤 13 woordjes

Thai: lichaamsdelen

De belangrijkste lichaamsdelen in het Thai (niveau A1).

Maanden

📆 12 woordjes

Thai: maanden van het jaar

De twaalf maanden in het Thai (niveau A1).

Muziek

🎵 11 woordjes

Thai: muziek

Muziekinstrumenten en muziekwoorden (niveau A1).

Natuur

🏔️ 11 woordjes

Thai: natuur

Natuurwoorden in het Thai (niveau A1).

Restaurant

🍽️ 11 woordjes

Thai: in het restaurant

Restaurantwoorden in het Thai (niveau A1).

School

🏫 11 woordjes

Thai: school - voorwerpen

Schoolvoorwerpen in het Thai (niveau A1).

Seizoenen

🍂 11 woordjes

Thai: seizoenen en natuur

Seizoenen en natuurwoorden in het Thai (niveau A1).

Sport

11 woordjes

Thai: sport

Sporten in het Thai (niveau A1).

Stad

🏙️ 11 woordjes

Thai: in de stad

Plekken in de stad in het Thai (niveau A1).

Strand

🏖️ 11 woordjes

Thai: op het strand

Strandwoorden in het Thai (niveau A1).

Tegenstellingen

⚖️ 12 woordjes

Thai: tegenstellingen

Tegenstellingen in het Thai (niveau A1).

Telefoon

📞 10 woordjes

Thai: telefoneren en post

Telefoon en post in het Thai (niveau A1).

Tijd

13 woordjes

Thai: tijd vertellen

Tijd aflezen en zeggen in het Thai (niveau A1).

Tijdsuitdr

12 woordjes

Thai: tijdsuitdrukkingen

Tijdsuitdrukkingen in het Thai (niveau A1).

Uitdrukkingen

💬 11 woordjes

Thai: veelvoorkomende uitdrukkingen

Handige uitdrukkingen voor dagelijks gesprek in het Thai (niveau A1).

Vakantie

🏖️ 11 woordjes

Thai: vakantie en reizen

Vakantie en reiswoorden in het Thai (niveau A1).

Vakken

📚 11 woordjes

Thai: schoolvakken

Schoolvakken in het Thai (niveau A1).

Vervoer

🚗 11 woordjes

Thai: vervoer

Vervoermiddelen in het Thai (niveau A1).

Vliegveld

✈️ 10 woordjes

Thai: op het vliegveld

Woorden voor op het vliegveld (niveau A1).

Voornaamwoorden

👥 10 woordjes

Thai: voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden in het Thai (niveau A1).

Voorzetsels

↔️ 12 woordjes

Thai: voorzetsels

Voorzetsels van plaats in het Thai (niveau A1).

Vragen

10 woordjes

Thai: vragen stellen

Vraagwoorden in het Thai (niveau A1).

Weer

🌤️ 11 woordjes

Thai: weer

Weersomstandigheden in het Thai (niveau A1).

Werkwoorden-bewegen

🏃 11 woordjes

Thai: werkwoorden bewegen

Beweegwerkwoorden in het Thai (niveau A1).

Werkwoorden-dagelijks

🍽️ 12 woordjes

Thai: werkwoorden dagelijks

Werkwoorden voor dagelijkse handelingen in het Thai (niveau A1).

Werkwoorden-zijn

🔁 11 woordjes

Thai: werkwoorden zijn / hebben

Zijn (pen/yu) en hebben (mi) in het Thai (niveau A1).

Winkel

🛒 11 woordjes

Thai: in de winkel/supermarkt

Woorden voor winkelen in het Thai (niveau A1).

← Alle onderwerpen