iw Ik wil woordjes leren

🇱🇻 Lets

Lets voor reizigers en taalliefhebbers.

Begroetingen

👋 9 woordjes

Lets: begroetingen

Hallo en doei zeggen in het Lets (A1).

Beleefdheid

🙏 8 woordjes

Lets: beleefdheid

Beleefde woorden in het Lets (A1).

Beroepen

💼 10 woordjes

Lets: beroepen

Veelvoorkomende beroepen in het Lets (A1).

Bezittelijk

🤝 8 woordjes

Lets: bezittelijke woorden

Bezittelijke voornaamwoorden in het Lets (A1-A2).

Bijvoeglijk

10 woordjes

Lets: bijvoeglijke naamwoorden

Veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden in het Lets (A2).

Cijfers 1-20

🔢 15 woordjes

Lets: cijfers 1-20

De Letse getallen van 1 tot 20 voor beginners (A1).

Cijfers 21-100

🔢 12 woordjes

Lets: cijfers 21-100

Tientallen en samengestelde getallen tot 100 in het Lets (A1).

Dagen

📅 9 woordjes

Lets: dagen van de week

De zeven dagen van de week in het Lets (A1).

Dieren-boerderij

🐄 11 woordjes

Lets: boerderijdieren

Dieren op de boerderij in het Lets (A1).

Dieren-wild

🦁 11 woordjes

Lets: wilde dieren

Wilde dieren in het Lets (A1).

Dokter

🩺 10 woordjes

Lets: bij de dokter

Bij de dokter en in het ziekenhuis in het Lets (A2).

EHBO

🩹 10 woordjes

Lets: eerste hulp

EHBO-basiswoorden in het Lets (A2-B1).

Emoties

😊 10 woordjes

Lets: emoties en gevoelens

Gevoelens uitdrukken in het Lets (A2).

Eten

🍽️ 12 woordjes

Lets: eten en drinken

Basiswoorden voor eten en drinken in het Lets (A1).

Familie

👨‍👩‍👧 12 woordjes

Lets: familie

Familieleden in het Lets (A1).

Fruit

🍎 12 woordjes

Lets: fruit

Soorten fruit in het Lets (A1).

Groente

🥕 11 woordjes

Lets: groente

Groentes in het Lets (A1).

Hobbys

🎨 10 woordjes

Lets: hobby's

Veelvoorkomende hobby's in het Lets (A2).

Huis

🏠 11 woordjes

Lets: huis en kamers

Het huis en de kamers in het Lets (A1).

Internet

💻 10 woordjes

Lets: internet en sociale media

Digitale woorden in het Lets (A2).

Kleding

👕 10 woordjes

Lets: kleding

Kledingstukken in het Lets (A1).

Kleuren

🎨 11 woordjes

Lets: kleuren

De basiskleuren in het Lets (A1).

Landen

🌍 11 woordjes

Lets: landen en nationaliteiten

Nationaliteiten in het Lets (A2). NB: -ietis = mannelijk, -iete = vrouwelijk.

Lichaam

👤 11 woordjes

Lets: lichaamsdelen

De belangrijkste lichaamsdelen in het Lets (A1).

Maanden

📆 12 woordjes

Lets: maanden van het jaar

De twaalf maanden in het Lets (A1).

Muziek

🎵 10 woordjes

Lets: muziek

Muziekinstrumenten en -woorden in het Lets (A2).

Natuur

🏔️ 10 woordjes

Lets: natuur

Natuur-landschapswoorden in het Lets (A2).

Restaurant

🍽️ 10 woordjes

Lets: in het restaurant

Bestellen en eten in het restaurant in het Lets (A2).

School

🏫 11 woordjes

Lets: op school

Schoolvoorwerpen in het Lets (A1).

Seizoenen

🍂 10 woordjes

Lets: seizoenen en natuur

Seizoenen en natuurwoorden in het Lets (A1).

Sport

11 woordjes

Lets: sport

Sporten in het Lets (A2).

Stad

🏙️ 10 woordjes

Lets: in de stad

Plaatsen in de stad in het Lets (A1).

Strand

🏖️ 10 woordjes

Lets: op het strand

Woorden voor op het strand in het Lets (A2).

Tegenstellingen

⚖️ 12 woordjes

Lets: tegenstellingen

Tegengestelde bijvoeglijke naamwoorden in het Lets (A1-A2).

Telefoon

📞 9 woordjes

Lets: telefoneren en post

Telefoon en post in het Lets (A2).

Tijd

11 woordjes

Lets: tijd vertellen

Hoe laat is het? Tijd vertellen in het Lets (A1-A2).

Tijdsuitdr

10 woordjes

Lets: tijdsuitdrukkingen

Tijdwoorden zoals vandaag en gisteren in het Lets (A1-A2).

Uitdrukkingen

💬 10 woordjes

Lets: veelvoorkomende uitdrukkingen

Nuttige zinnen voor reizigers in het Lets (A2).

Vakantie

🏖️ 10 woordjes

Lets: vakantie en reizen

Vakantiewoorden in het Lets (A2).

Vakken

📚 10 woordjes

Lets: schoolvakken

Schoolvakken in het Lets (A2).

Vervoer

🚗 10 woordjes

Lets: vervoer

Vervoermiddelen in het Lets (A1).

Vliegveld

✈️ 10 woordjes

Lets: op het vliegveld

Vliegveld-woorden in het Lets (A2).

Voornaamwoorden

👥 12 woordjes

Lets: persoonlijke voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden in het Lets (A1).

Voorzetsels

↔️ 10 woordjes

Lets: voorzetsels

Veelgebruikte voorzetsels in het Lets (A2).

Vragen

8 woordjes

Lets: vragen stellen

Vraagwoorden in het Lets (A1).

Weer

🌤️ 10 woordjes

Lets: het weer

Het weer beschrijven in het Lets (A1).

Werkwoorden-bewegen

🏃 10 woordjes

Lets: bewegingswerkwoorden

Werkwoorden voor beweging in het Lets (A1-A2).

Werkwoorden-dagelijks

🍽️ 10 woordjes

Lets: dagelijkse werkwoorden

Werkwoorden voor dagelijkse handelingen in het Lets (A1-A2).

Werkwoorden-zijn

🔁 12 woordjes

Lets: zijn en hebben

De werkwoorden būt (zijn) en hebben in het Lets (A1-A2). NB: Lets gebruikt "man ir" voor "ik heb".

Winkel

🛒 10 woordjes

Lets: in de winkel

Boodschappen doen in het Lets (A2).

← Alle onderwerpen