Basisbegrippen, economen en financiële termen.
De allereerste economische begrippen: vraag, aanbod, prijs, markt en schaarste.
De juridische vormen waarin je in Nederland een bedrijf kunt voeren.
Nederlandse belastingen, toeslagen en de Belastingdienst.
Aandelen, obligaties, indices en beleggingsproducten.
Balans, winst-en-verliesrekening en de belangrijkste begrippen.
Banken, rente, sparen, lenen en de belangrijkste toezichthouders.
Bekende denkers die de economische wetenschap vormden.
Import, export, handelsbalans en internationale organisaties.
De economie als geheel: groei, inflatie, werkloosheid en conjunctuur.
De 4 P's, doelgroepen, branding en analysetools.
Het gedrag van consumenten, producenten en marktvormen.
Inkomen, uitgaven, sparen, beleggen en je pensioen.