Kroatisch voor reizigers aan de Adriatische kust.
Begroetingen voor elke gelegenheid in het Kroatisch (A1).
Beleefdheidsformules en handige uitdrukkingen (A1).
Beroepen in het Kroatisch om over werk te praten (A1).
Bezittelijke voornaamwoorden in het Kroatisch (A1).
Veelgebruikte Kroatische bijvoeglijke naamwoorden (A1).
De eerste Kroatische cijfers van 1 tot 20, handig voor reizigers (niveau A1).
Tientallen en samengestelde getallen tot honderd voor prijzen en leeftijden (A1).
De zeven dagen van de week in het Kroatisch (A1).
Dieren die je op een Kroatische boerderij tegenkomt (A1).
Wilde dieren in het Kroatisch, leuk voor de dierentuin (A1).
Medische woorden voor noodgevallen (A2).
EHBO-woorden voor noodsituaties (A2).
Emoties uitdrukken in het Kroatisch (A1-A2).
Algemene woorden voor eten en drinken in het Kroatisch (A1).
Familieleden in het Kroatisch, handig om over je gezin te praten (A1).
Soorten fruit in het Kroatisch, handig op de markt (A1).
Veelvoorkomende groenten in het Kroatisch (A1).
Hobby's en vrijetijdsbestedingen (A1).
Het huis en de verschillende kamers in het Kroatisch (A1).
Digitale woorden voor het Kroatische internet (A1-A2).
Kledingstukken in het Kroatisch, handig bij het winkelen (A1).
De basiskleuren in het Kroatisch voor beschrijven van objecten en kleding (A1).
Nationaliteiten (mannelijke vorm) in het Kroatisch (A1-A2).
De belangrijkste lichaamsdelen in het Kroatisch, handig bij de dokter (A1).
De twaalf maanden in het Kroatisch (A1).
Muziekinstrumenten en muziekwoorden (A1).
Natuurwoorden voor Kroatische landschappen (A1).
Woorden voor een avondje uit eten in Kroatië (A1-A2).
Schoolspullen en voorwerpen in het klaslokaal (A1).
De vier seizoenen en woorden uit de natuur (A1).
Sporten in het Kroatisch — een land gek van voetbal (A1).
Plekken in een Kroatische stad zoals Zagreb of Split (A1).
Strandwoordenschat voor de Adriatische kust (A1).
Tegengestelde bijvoeglijke naamwoorden om te beschrijven (A1).
Communicatie via telefoon en post (A1-A2).
Hoe je de tijd zegt in het Kroatisch (A1-A2).
Wanneer iets gebeurt — verleden, heden en toekomst (A1-A2).
Handige zinnetjes om je verstaanbaar te maken (A1-A2).
Woorden voor je vakantie aan de Kroatische kust (A1).
Schoolvakken op een Kroatische middelbare school (A2).
Vervoermiddelen in het Kroatisch voor onderweg (A1).
Woorden voor het vliegveld en check-in (A2).
Persoonlijke voornaamwoorden in nominatief en accusatief (A1).
Belangrijke Kroatische voorzetsels voor plaatsaanduiding (A1-A2).
Vraagwoorden in het Kroatisch (A1).
Weerwoorden voor de Kroatische kust en het binnenland (A1).
Werkwoorden voor beweging en houding (A1).
Veelvoorkomende dagelijkse werkwoorden in de infinitief (A1).
De vervoeging van biti (zijn) en imati (hebben) in de tegenwoordige tijd (A1).
Winkelen en betalen in het Kroatisch (A1-A2).