iw Ik wil woordjes leren

☀️ NT2: weer en seizoenen

Nederlandse woorden over weer en seizoenen voor NT2 A1 — voor inburgeraars.

Gratis account (voortgang opslaan)
NT2: weer en seizoenen — 17 woordjes
Vraag Antwoord
lente seizoen van maart, april en mei
zomer seizoen van juni, juli en augustus
herfst seizoen van september, oktober en november
winter seizoen van december, januari en februari
zon gele bal aan de hemel die warm maakt
wolken witte of grijze vlekken aan de hemel
regen water dat uit de lucht valt
sneeuw witte koude vlokken uit de lucht
hagel kleine harde ijsballetjes uit de lucht
wind lucht die hard beweegt
storm heel harde wind
mist lage wolken bij de grond, je ziet minder ver
onweer bliksem en harde donder
warm hoge temperatuur
koud lage temperatuur
vorst temperatuur onder nul, water wordt ijs
paraplu iets dat je open doet tegen de regen

Meer in Inburgering